Tergend tegenlicht

De première van een, zo bleek, intrigerende documentaire. De avond begint moeizaam. De zaal is al verduisterd. De dagvoorzitter worstelt met het geluid. Hij laat de luide zoem voor wat het is. Vanwaar die haast, vraag je je af. Hij duikt direct de materie in en licht het programma niet toe. Tot ieders verbazing volgt een gastspreker in plaats van de documentaire.

“Tergend tegenlicht” verder lezen

Oor en oog

Wanneer je een toespraak voorbereid komt er vaak een pen aan te pas. Of een computer. Je schrijft op wat je wilt zeggen. Om je gedachten te ordenen. Of om een tekst te maken die je gebruikt bij de vertelling.

Wanneer je een speech schrijft, maak je een tekst die bedoeld is om naar te luisteren. Je brengt informatie over met het gesproken woord; vluchtige klanken in de lucht. Die gehoord worden door oren.

“Oor en oog” verder lezen

Wie is dat eigenlijk?

Openingen zijn vaak leerzaam. Vooral als je er bij bent zonder intense betrokkenheid. Dan valt op dat de dagvoorzitter, ceremoniemeester of inleider ervan uitgaat dat iedereen wel weet wie hij of zij is en wat er op het program staat.

In de verduisterde zaal van een grote bioscoop nam iemand het woord. Het kleine figuurtje liep ongemakkelijk heen en weer met een opgevouwen, slap papiertje in de ene en een microfoon in de andere hand (waardoor het onmogelijk bleek de aantekeningen uit te vouwen). En meteen de inhoud in.

“Wie is dat eigenlijk?” verder lezen

Onzichtbare spreker

De opening van een urban festival liet zien hoe moeilijk sprekers het hebben en hoe makkelijk het beter kan.

Een hippe loods, een grote menigte, kraampjes met hapjes en drankjes en ergens – onzichtbaar voor de genodigden – een spreker die het openingswoord uitsprak. Met microfoon waardoor iedereen de woordenbrij kon horen. Zonder verhoging en spotlight, zodat nagenoeg niemand de bron van de woordenstroom kon zien.

“Onzichtbare spreker” verder lezen